Olympische Spelen 1900 met poedels trimmen, duiven schieten en hoogspringen voor paarden

Foto: Pxhere

Het Verhaal van de Dag neemt je vandaag 120 jaar mee terug in de tijd naar 14 mei 1900. Toen beginnen in Parijs de 2e Olympische Spelen. Van alle 31 moderne Spelen sinds 1896 zijn die van 1900 ongetwijfeld de meest langdurige editie met tevens meest bijzondere, zelfs bizarre onderdelen.

(tekst: Wim Meijer / foto’s: Wikipedia)

Gedurende bijna 7 maanden leefden sporters uit 24 landen zich uit in onderdelen zoals vissen, levende duiven schieten, onderwater zwemmen, heteluchtballon vliegen, kanonschieten, touwtrekken, hinderniszwemmen, hoog- en verspringen voor paarden en poedels trimmen.

Touwtrekken, een van de bijzondere onderdelen op de Spelen van 1900

Van Athene naar Parijs
Het was voor Baron Pierre de Coubertin de droom die werkelijkheid werd: de oude traditie van de Olympische Spelen nieuw leven inblazen. Het lukte hem in 1896 om dit te realiseren. Alleen bleef de internationale deelname nog erg beperkt. Daarom pleitte hij ervoor om de Spelen in 1900 naar Parijs te halen, waar op dat moment ook de Wereldtentoonstelling werd gehouden. Hierdoor zouden de Spelen internationaal extra grote aandacht krijgen.

Spelen als attractie van Wereldtentoonstelling
Toch liep het anders dan dat de baron voor ogen had gehad. Aanvankelijk had hij gerekend op subsidie van de overheid en op steun uit het bedrijfsleven om de Spelen de bekostigen. Die steun bleef echter uit, waardoor De Coubertin genoodzaakt was om de Spelen als onderdeel in te schuiven bij de Wereldtentoonstelling. Daarmee raakte hij een groot deel van de regie over de Spelen kwijt.

Pierre de Coubertin en Daniel Mérillon

Daniel Mérillon, die nu verantwoordelijk werd voor de organisatie, besloot al snel dat de Spelen dienst moesten doen als een soort attractie op de Wereldtentoonstelling. Daarom moesten de sportevenementen worden gespreid over een periode van bijna 7 maanden. Daarbij wilde hij dat er naast de traditionele sportonderdelen, ook veel bijzondere onderdelen aan de Spelen werden toegevoegd, in de hoop extra publiek te trekken. De meeste van die onderdelen zouden na 1900 ook nooit meer op Olympische Spelen terugkeren.

Het zijn met name die bijzondere onderdelen waaraan de Spelen van 1900 in Parijs hun reputatie als ‘bizarre Spelen’ te danken hebben. Hoe bizar? Ik zal een paar onderdelen de revue laten passeren, dan begrijp je wat ik bedoel.

Duiven schieten
Dat de Fransen in de keuken niet altijd even subtiel omgaan met het welzijn van dieren is bekend. Ik noemde al eerder de ganzen, die heel wat ‘door de strot geduwd’ krijgen om de inwendige mens te plezieren. En ook wordt voor het financiële belang van menig Patron, zowel restaurantbezoeker als kikker een menig poot uitgerukt. Maar bij de Spelen van 1900 maakten ze het wel erg bont door het onderdeel ‘Levende duiven schieten’ te introduceren. Ruim 300 duiven lieten het leven ten behoeve van de Olympische competitie.

Leon de Lunden, winnaar van het goud bij het ‘levende duiven schieten'(foto Wikipedia/National Library of France)

De Gouden medaille was een prooi voor de Belg Leon de Lunden, die maar liefst 21 gevleugelde vrienden neerhaalde en daarmee de eerste plaats veroverde op de Most Wanted List van de RSPB  (de Royal Society for the Protection of Birds) Na 1900 kregen de duiven een soort van beschermde status. Duivenschieten verdween van het Olympische podium tot 1912, toen in Stockholm voor het eerst werd geschoten op kleiduiven.

Duif op schaal
Toch bleken de duiven ook nadien niet de gelukkigste aanwezigen bij dit vierjaarlijkse sportspektakel. Bij de openingsceremonie van de Spelen in Seoul in 1984 werden honderden witte duiven gelost in het stadion. Wat men niet had voorzien was dat de vredelievende beestjes de schaal van het Olympisch vuur kozen als ‘meest begeerde zitplaats’. Het ontsteken van het vuur leidde vervolgens tot een ongewenste barbecue. Het was de laatste keer dat er voor duiven een rol was weggelegd bij Olympische Spelen.

Onderwaterzwemmen
Qua sport misschien niet eens zo’n vreemd onderdeel, maar niet echt boeiend voor het publiek. Althans niet in 1900. Want in die tijd had je nog geen mooie zwembaden met helder water en een blauwe bodem, waardoor de toeschouwers konden zien waar de zwemmers bleven. Het enige dat het publiek zag was een duik, een plons, een hele tijd niets, gevolgd door de climax in de vorm van een naar adem snakkend en proestend hoofd aan het wateroppervlak. Daarbij kun je je afvragen of het voor de deelnemers zelf wel zo leuk was. Ook zij konden niets zien, en daarbij was het idee ‘per abuis een slokje water binnen te krijgen’ al helemaal een schrikscenario. De wedstrijd werd namelijk gehouden in de Seine. Anno 1900 zagen de miljoenen Parijzenaars deze rivier als doelmatig middel om huisvuil te verwerken. Een slokje Seinewater kan dan ook nauwelijks worden ervaren als smakelijk levenselixer. Mogelijk is dat de reden geweest waarom deze competitie slechts 14 deelnemers telde.

Start van het onderwater zwemmen in de Seine

Bij de wedstrijd ging het om twee dingen: het aantal afgelegde meters (2 punten per meter) en het aantal seconden dat men onder water bleef (1 punt per seconde). Het was uiteindelijk de Fransman Charles Devendeville die de overwinning pakte met een afstand van 60 meter in 1 minuut en 8 seconden. De tweede plaats was voor zijn landgenoot André Six, die eveneens 60 meter zwom, echter 3 seconden eerder het koppie boven water stak. Het meest onfortuinlijk was de Deense deelnemer Peder Lykkeberg. Hij bleef maar liefst anderhalve minuut onder water maar bleek geobsedeerd door de Olympische ringen en had alleen maar rondjes gezwommen. Zijn afstand (in een rechte lijn) bleef dan ook steken op 28,5 meter, nog altijd voldoende voor de bronzen medaille (ook rond!)

Of het nu lag aan de Seine, of dat evolutie een rol heeft gespeeld en de mens in ruim 100 jaar grotere longen heeft gekregen, moeten we in het midden laten. In ieder geval ligt het wereldrecord ‘onderwaterzwemmen’ nu op 177 meter. Dat is 117 meter meer dan bij de Spelen in 1900. Deze afstand werd gezwommen door de Venezolaanse zwemmer Carlos Coste op 9 september 2016. Een indrukwekkend staaltje, dat echter nooit tot een Olympische medaille zal leiden, want na 1900 heeft het ‘onderwaterzwemmen’ nooit meer op het Olympische programma gestaan. Overigens moet hierbij worden aangemerkt dat de vergelijking met 1900 niet helemaal eerlijk is, want met zijn zwemvliezen van circa 1 meter lang en dito breed was hier wellicht sprake van ‘mechanische doping’. Jamer Carlos… toch meer respect voor Charles Devendeville.

Poedeltrimmen
Ongetwijfeld heel erg ‘Frans’ maar een Olympische sport…? Hoewel we dit onderdeel niet tegenkomen in de officiële berichtgeving, deed de British Telegraph verslag van het ‘Poodle clipping’ als demonstratiesport bij de Spelen van 1900. Het zou een doorn in het oog geweest zijn van Baron Pierre de Coubertin. Maar ondanks zijn verzet tegen deze discipline werd hij overstemd door zijn IOC collega’s.

Uiteindelijk verdrongen zich ruim 6000 toeschouwers in het Bois de Boulogne om toe te zien hoe 128 deelnemers zich creatief en voortvarend uitleefden op de viervoetige krullenbollen. Doel van de exercitie was om binnen een tijdsbestek van 2 uur zoveel mogelijk poedels te hebben geschoren, waarbij de fraaiheid van het kapsel een bijkomstigheid was. De gouden medaille werd gewonnen door ene Avril Lafoule, een 37-jarige boerin uit de Auvergne, die binnen de tijdslimiet maar liefst 17 poedels vakkundig ontdeed van hun jasje.

Eén aprilgrap
Die hier niet zozeer sprake was van een fabelachtige prestatie maar van een fabeltje bleek, toen Emily Kaïn, hoofdredactrice van The Poodle History Project (www.poodlehistory.org) bij de British Telegraph informeerde naar de oorspronkelijke bron van informatie en te horen kreeg dat dit ‘poedels scheren’ niets anders was geweest dan een 1 aprilgrap (Avril Lafoule!).

Deze grap is door de jaren heen op het internet een volstrekt eigen leven gaan leiden. Inmiddels doet het verhaal al ruim 10 jaar de ronde en staat het Poodle-clipping  ook op serieuze sites nog steeds vermeld als officiële Olympische sport uit het verleden.

Weliswaar niet Olympisch, maar toch is ‘poodle-clipping’ iets wat toch als ‘sport’ een eigen leven is gaan leiden met ‘ras’-echter kampioenschappen.

Schaapscheren
Overigens is het niet geheel uitgesloten dat de ‘trimmer’ in de toekomst toch opnieuw het Olympisch Dorp betreedt. Want inmiddels hebben zowel de Australische als de Nieuw-Zeelandse schaapscheerders te kennen gegeven ook in aanmerking te willen komen voor een Olympische erkenning. Het schaapscheren is in deze landen al meer dan 100 jaar zowel een traditie als een sport, die in competitieverband en op zeer grote schaal wordt beoefend. Toch blijft het de vraag of er in de toekomst ooit Olympisch Goud is weggelegd voor de beste schaapscheerder. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat een ‘poedelprijs’ waarschijnlijker is.

Reacties