Kerstboomverbranding: een traditie die al ouder is dan Kerstmis zelf

Foto: Wim Meijer Fotografie

De traditie bestaat al eeuwen: kerstboomverbrandingen. Nog sterker: al lang vóór het ontstaan van het christendom was het een gewoonte om aan het begin van het jaar grote vuren aan te steken om het nieuwe jaar en de ‘komst van het licht’ (het langer worden van de dagen) te vieren.

(tekst: Wim Meijer)

Kerstboomverbranding oorsprong van vuurwerk
Die vuren vormen niet alleen de vroege oorsprong van de kerstboomverbrandingen, maar ook van het vuurwerk bij de jaarwisseling. De Germanen noemden dat het ‘Joelfeest’. Niet alleen maakten ze grote vuren om de zonnewende te vieren en de kwade geesten te verdrijven, ook zorgen ze daarbij voor zoveel mogelijk lawaai in de vorm van ‘joelen’. Dat ‘joelen’ vormde voor ons de basis van het vuurwerk tijdens de nieuwjaarsnacht.Mengeling Christelijke en heidense gebruiken
Eigenlijk is de kerstboom en de verbranding ervan een soort vreemde mengeling van Christelijke en heidense gebruiken. De versierde boom op zich kwam al voor bij de Germanen. En ook de Romeinen versierden hun huizen met groen en verlichting om de zonnewende te vieren. Dat alles heeft dus weinig met Christendom te maken.

Eerste kerstboom in het jaar 1539
Toch is ook binnen de kerken al bijna 500 jaar de kerstboom ingeburgerd. De eerste kerstboom in een kerkelijke omgeving dateert van het jaar 1539 toen er in de Kathedraal van Straatsburg een kerstboom werd opgezet. En in de daaropvolgende eeuw volgden ook de gewone burgers die in hun woningen kerstbomen plaatsten.

Groen in de winter vraagt compromis
Het feit dat men koos voor naaldbomen laat zich raden:  als je zoekt naar ‘groen’ in de winter dan kom je al snel uit op sparren, hulst en maretak. Alleen lag ook daar een conflict met het Christendom, want juist deze groensoorten, en de maretak in het bijzonder, was voor de heidenen een magische plant, die een belangrijke rol speelde bij Joelfeest. Om die reden zagen de Christenen dit dus juist als ‘duivelse’ planten.

Blijkbaar is er een soort van compromis ontstaan en werd ervoor gekozen om weliswaar sparrengroen, hulst, klimop en maretak rond kerstmis te gebruiken, maar deze op de ‘Dertiendag’ (13 dagen geteld vanaf 25 december, dus 6 januari ofwel Driekoningen) ritueel te verbranden, omdat aanwezigheid van deze groensoorten na die datum ongeluk zou brengen.

Kerstboomverbranding of compost
Dankzij dit wonderlijke compromis geniet jong en oud vandaag de dag nog steeds van de jaarlijkse kerstboomverbranding. Kinderen slepen kerstbomen naar een verzamelplaats, waar ze tegen inlevering van hun ‘dennenboom’  een mandarijn, een lootje, een bioscoopkaartje of soms een paar kwartjes krijgen. Daarna is het aan de brandweer om een ‘verantwoord vuurtje’ te stoken.  Toch komt er ook tegen deze traditie steeds meer weerstand. Anders dan eeuwen geleden worden we ons steeds meer bewust van het milieu. En laat er nu juist bij die kerstboomverbrandingen veel schadelijke verbrandingsgassen vrijkomen. Om die reden zijn er steeds meer gemeenten die de kerstbomen inzamelen om vervolgens te verwerken tot compost. Veilig op vader’s schouders
Natuurlijk, hartstikke milieuvriendelijk dat composteren, maar toch. Mocht het zo zijn dat na al die vele eeuwen er ooit een eind komt aan de traditie van de kerstboomverbranding dan zal ik toch met weemoed terugdenken aan al die kinderen die ieder jaar weer, slepend met hun boom, op jacht gaan naar dat mandarijntje, dat bioscoopkaartje of die paar kwartjes om vervolgens veilig zittend op de schouders van hun vader, met grote ogen kijken naar het indrukwekkende vuurwerk, waarvoor de brandweerlieden steeds weer hun ‘handen in het vuur steken’ dat het allemaal prettig en veilig verloopt.