Verhaal van de Dag: De pijp uit!

Foto: CC0 Creative Commons Pixabay

De Rubriek ‘Verhaal van de Dag’ neemt je vandaag 497 jaar mee terug in de tijd, naar het jaar 1521, toen Paus Urbanus VII het eerste rookverbod ter wereld invoerde.

De pijp uit! (tekst: Wim Meijer)

Vandaag 497 jaar geleden, op 4 augustus 1521 werd in Rome Giambattista Catagna geboren. Niet echt een naam waarbij iedereen op het puntje van zijn stoel gaat zitten. Maar de complete tabaksindustrie weet nu waar ik het over heb: Deze Romein met die moeilijke naam zou in september 1590, als Paus Urbanus VII, het eerste rookverbod ter wereld invoeren. Hij bleek zijn tijd bijna 500 jaar vooruit.

Veranderde samenleving
Voor de gemiddelde babyboomer is het toch wel even een kwestie van schakelen geweest: de overgang van een wereld waarin roken de norm was, naar een wereld waarin de roker nog slechts op een beperkt aantal plaatsen wordt getolereerd. Ik heb ze allemaal meegemaakt als docent voor de klas: Meneer Nijs, leraar Engels, en niet los te branden van zijn Peter Stuyvesant. Meneer ‘Kale Jan’ Jan Steenbrink, leraar boekhouden en altijd in voor een dikke sigaar. Meneer Meijer, goed voor het pittige werk van een oer-Hollandse Caballero. Als afscheid aan het eind van het schooljaar kreeg hij als aanmoedigingspremie nog een aansteker van de leerlingen van zijn klas. En dan mevrouw Langelaan: Ze had al last van haar longen, vandaar de Gladstone ‘mild’. Of Broeder Rafaël, wiens binnenkant van de toga was behangen met Wilde Havanna’s.

(foto: Pixabay)

Rokende docenten
Als we eraan terugdenken kunnen we het ons bijna niet meer voorstellen dat niemand nadacht bij het fenomeen ‘meeroken’. Een leraar die nu met een sigaret in de mond voor de klas zou gaan staan zou terstond, besmeerd met pek en veren, het schoolterrein kunnen verlaten. Maar toen dus niet. Integendeel: Als de meester jarig was kreeg hij van leerlingen en ouders menig pakje nicotinehoudende lekkernijen toegestopt om die vervolgens onbewust en ongevraagd met zijn leerlingen te delen. Wat dat betreft kon je beter een ‘juf’ hebben, want in die tijd was het roken van ‘juffen’ nog iets minder ingeburgerd.

Rookverbod Paus Urbanus VII
Toch waren er mensen die al veel eerder, zelfs honderden jaren eerder, inzagen dat roken ‘not done’ was. Niet zozeer op basis van de medische of wetenschappelijke kennis, maar meer op basis van ‘normen en waarden’. Iemand die dat hoog in het vaandel had staan was dus de Italiaanse kardinaal Giambattista Catagna, die op 15 september 1590 gekozen werd als Paus Urbanus VII.

Anti-rookpaus Urbanus VII

Onmiddellijk nadat hij zijn pauselijk ambt had geaccepteerd  kondigde hij een verbod af op het gebruik van pijp-, pruim- en snuiftabak (sigaren en sigaretten bestonden nog niet in die tijd) Het zorgde voor een enorme schok onder het leger van bisschoppen en kardinalen in Rome, die sinds het pontificaat van Paus Pius IV gewend waren geraakt aan hun ‘rokertje’. Tussen 1559 en 1565 was het de pauselijke nuntius (ambassadeur) van Lissabon geweest die tabak in Rome introduceerde en in het ‘management team’ van de katholieke kerk, onder de bezielende leiding van Pius IV, een goede afzetmarkt vond.

Roken verankerd in Vaticaanse cultuur (foto: Youtube – screenshot)

Mal-aria
Paus Urbanus VII gooide in zijn kerkelijke thuishaven fors roet in het eten door te dreigen met ‘excommunicatie’ (verbanning uit de Katholieke Kerk) voor iedereen die in de kerk of in de zuilengalerij eromheen tabak gebruikte. Van de ene op de andere dag mochten de kardinalen hun vertrouwde stenen pijpje niet meer opsteken voor, tijdens of na de Mis. Over ‘mis’ gesproken.

Het afzien van de kardinalen zou echter niet lang duren, want tot grote ‘opluchting’ van de kerkelijke rookjunks blies Urbanus VII al twaalf dagen na zijn aantreden als Paus zijn laatste adem uit ten gevolge van Mal-aria (letterlijk vertaald: slechte lucht) en werd daarmee de paus met het kortst durende pontificaat uit de geschiedenis.

Witte rook
Hoezeer roken verankerd ligt in de traditie van het Vaticaan mocht blijken toen korte tijd na het overlijden van Urbanus VII er alweer (weliswaar witte) rookwolken opstegen uit dat kleine pijpje op het dak van de Sixtijnse Kapel, ten teken dat er wederom een nieuwe Paus was gekozen door het team van, inmiddels weer druk rokende kardinalen.

(foto: Diariocritico de Venezuela – Flickr)

Anti-gok Paus
Wat de heren met de rode kalotten zich echter niet realiseerden was dat ze nu weliswaar een Paus hadden gekozen die voor de rookverslaving een oogje dichtkneep, deze ‘Heiligheid’ in de persoon van Gregorius XIV bleek een ‘broertje dood’ te hebben aan de goklust die in en rond het Vaticaan een bloeitijd doormaakte. Het eerste wat Gregorius dan ook deed was dan het uitvaardigen van een wet die het gokken in de kerkelijke ministaat onmogelijk maakte, waarbij hij zich met name richtte op weddenschappen die werden afgesloten op de uitkomst van een conclaaf. Het was immers niet uitgesloten dat sommige minder idealistische kardinalen zich bij hun pauskeuze lieten leiden door geldelijk gewin, en dus de Paus kozen op wie zij zelf hadden gegokt.

Dat ze vervolgens met die winst weer heel veel ‘rokertjes’ konden kopen is ontegenzeggelijk. Wellicht dat Gregorius XIV op die manier alsnog het kardinale rookgedrag indirect aan banden legde.