“Je moet nog een rondje” en andere schaatsbloopers

Foto: Wikipedia / Nationaal Archief / Croes, Rob C. / Anefo

Telkens als Hilbert ons een poepie wilde laten ruiken werd hij geen kampioen… Maar we hebben wel gelachen!

(tekst: Wim Meijer)

Vandaag 40 jaar geleden, op 25 januari 1981, gingen in het onoverdekte Thialf IJsstadion de handjes van Hilbert van der Duim omhoog als winnaar van de 5000 meter, alleen… wel een rondje te vroeg. Terwijl hij rustig uitreed denderde zijn rivaal Amund Sjøbrend voorbij en werd Leen Pfrommer licht hysterisch.

Bord op schoot
We kunnen het ons nauwelijks meer voorstellen: het hele weekend met het bord op schoot en deelnemerslijst plus tijdschema’s voor ons neus. Iedere seconde werd nauwkeurig ingevuld. Spanning vanaf de 500 meter op zaterdagmorgen tot aan de allesbeslissende 10 kilometer op de late zondagmiddag. Tweemaal per jaar was het prijs: eerst bij het Europese Kampioenschap Allround Schaatsen en later bij de Wereldkampioenschappen. Twee weekenden per jaar leefde Nederland voor het zwartwitscherm.

Hieronder beelden van het WK schaatsen in 1970:

Professionalisering
Inmiddels is het allemaal wat ‘gewoner’ geworden. Voor mijn gevoel worden we nu ongeveer ieder weekend getrakteerd op schaatswedstrijden. Dat is misschien een zegen voor de echte schaatsliefhebbers, maar voor de meer recreatieve kijkers wordt het steeds moeilijker om nog onderscheid te kunnen maken tussen de ene en de andere wedstrijd. En ik betrap mijzelf dan ook toch op een stukje verzadiging.

Daar komt bij dat er in mijn beleving toch iets minder heroïek uitgaat van de wedstrijden. Inmiddels schaatsen we op overdekte banen, met ultieme omstandigheden voor het ijs en schaatsers. Aan alles wordt gedacht: hardheid van het ijs, temperatuur en luchtvochtigheid in de zaal, het materiaal van de schaatspakken, de aerodynamica van de schaatspet en wellicht zelfs de beharing van de schaatsers zelf. Alles ten behoeve van de honderdsten van seconden. Dat noemen we dan ‘de professionalisering van de sport’.

Natuurlijke elementen
Denk dan even terug aan de tijd van Ard en Keessie, een historische schaatsperiode die dit afgelopen weekend exact 55 jaar geleden begon tijdens het Europees kampioenschap in het Deventer IJsselstadion.

Ard en Keessie in 1967 (foto: Wikipedia / Nationaal Archief / Ron Kroon / ANEFO)

We praten over de tijd waarin nog niemand dacht aan overdekte ijshallen! De tijd waarin nog alles alle voorspellingen kon ondermijnen. Windkracht 6, sneeuwstormen, plensregens, en temperaturen soms wel tot 20 graden onder nul. Niets was vooraf bepaald. De gedoodverfde kampioen kon zomaar door noodweer worden overvallen gedurende de 10 kilometer, en daarmee opeens terugvallen tot in de onderste regionen van het klassement.

Dat verrassingselement, plus de zichtbare natuurlijke elementen, gaven de schaatssport de charme waardoor miljoenen mensen dagenlang niet voor de buis weg te slaan waren. Dan maar iets minder ‘professioneel’, maar leuk was ’t wel!

Verkeerde baan
Ondanks al die professionalisering kunnen we gelukkig toch constateren dat ook nu niet alles goed gaat of voorspelbaar is. Misschien niet leuk voor wie het overkomt, maar toch…. voor ’t publiek blijken dat vaak de echte onvergetelijke momenten te zijn, waar ook vele jaren later nog over wordt gepraat.

Foute wissel van Sven
Het tot de verbeelding sprekende voorbeeld daarvan is ongetwijfeld de ‘vergeten’ wissel van Sven Kramer op de Olympische 10 kilometer in Vancouver. In winnende positie stuurde zijn coach Gerard Kemkers hem de verkeerde baan in, wat hem diskwalificatie opleverde.

Jan Bols
Maar Sven staat niet alleen, want grote kampioenen gingen hem voor. Als we 50 jaar teruggaan in de tijd, dan komen we uit bij Jan Bols. In seizoen 1970/1971 brak hij eindelijk uit de schaduw van Ard en Keessie. Na eerst al het NK-allround op zijn naam te hebben geschreven, was hij de gedoodverfde favoriet voor ook de Europese titel.

In het toen nog onoverdekte Thialf ging het echter mis op de 5000 meter. Blijkbaar vond hij die 5000 meter wat aan de korte kant en besloot er een extra rondje buitenbocht aan toe te voegen. Zelfs toen won hij met gemak de rit van zijn directe tegenstander. Alleen de officials waren meedogenloos en diskwalificeerden Bols.

Jan Bols, ‘grote voorbeeld’ van Sven Kramer met een vergeten wissel tijdens het Europees Kampioenschap in 1971 (foto: Wikipedia / Nationaal Archief / Kroon, Ron / Anefo)

“Je moet nog een rondje”!
Een van de meest legendarische schaatsblunders staat toch wel op naam van Hilbert van der Duim, die op 25 januari 1981 bij het WK in Oslo een rondje te vroeg dacht dat hij al over de finish was. In een directe confrontatie met zijn grootste rivaal de Noor Amund Sjøbrend was hij er juist in geslaagd om op ‘het rechte end’ naar de finish de kop te nemen. Terwijl de bel voor de laatste ronde klonk stak Hilbert de handen omhoog ten teken van zijn overwinning, echter……. wel 400 meter te vroeg. Rustig uitrijdend met de handen op de knieën zag hij Sjøbrend op de binnenbaan passeren. Terwijl Leen Pfrommer als co-televisieverslaggever ongeveer gek werd en uitriep: “Hilbert jonge, je moet doorrije, je moet nog een rondje”, drong het bij diezelfde Hilbert maar langzaam door. Toen het wel doordrong was Sjøbrend inmiddels niet meer te achterhalen.

Vogelpoepie
Met deze opmerkelijke actie maakte Hilbert van der Duim zich onsterfelijk als ‘brokkenpiloot van het ijs’. Want al eerder dat seizoen had hij zijn kansen op het Europees Kampioenschap verspeeld door een fikse uitglijer op de 10 kilometer. Oorzaak van de valpartij volgens Hilbert: een vogelpoepie op de baan! Dit vogelpoepie heeft Hilbert achtervolgd tot op de dag van vandaag. Dat hij later verklaarde dit slechts als een grapje aan de pers te hebben verteld, wilde blijkbaar niemand horen. Het was gewoon te leuk om niet waar te zijn.

Onschuldig vogelpoepje kan je zomaar een Europees Kampioenschap kosten (foto: Pixabay)

Met de overdekte banen van nu, hoort veel van dit alles tot het verleden. Elektronische borden geven aan in welke ronde je zit en in welke baan je moet rijden, en ‘vogelpoepies’ kunnen we op de overdekte banen helemaal vergeten. Dat is fijn voor de schaatsers. Maar gewoon, voor de sensatie en voor de kijkcijfers zou nu en dan een reiger in Thialf een zegen zijn.

Reacties