Ieder jaar kijken we collectief uit naar de zomertijd. Maar
helaas, komend weekend, om precies te zijn op zondag 26 oktober, is die weer
voorbij. We kunnen van zaterdag op zondag een uurtje langer slapen en daarna
loopt de klok weer gelijk met de natuur.
(tekst: Wim Meijer)
Rozengeur en zonneschijn
Op zo'n zondagmorgen voelt dat best wel goed. En op die
eerste maandagochtend met wintertijd zelfs nog beter. Want opeens staan we weer
op terwijl de zon al op is. Dat voelt gewoon als uitslapen. De keerzijde komt
echter maandagavond, wanneer we na ons werk opeens geen daglicht meer hebben. Dan is de lol er snel vanaf. Maar geen zorgen, het duurt maar vijf
maanden, en dan waarderen we op zondag 28 maart 2026 dat extra uurtje daglicht
weer des te meer. Overigens is die zomertijd lang niet alleen maar rozengeur en
zonneschijn. Dat uurtje spelen met de klok kost zelfs mensenlevens. Onderzoek
heeft namelijk uitgewezen dat er gemiddeld 10 mensen per jaar meer overlijden
door hartfalen ten gevolge van het geforceerd doorbreken van het dagritme. Of
dit opweegt tegen de voordelen van de zomertijd? Oordeel zelf.
Geschiedenis zomertijd
Eigenlijk is het een discussie die al eeuwen duurt
en die zelfs terug te voeren is tot de oudheid. Bij de oude Romeinen zou je
zelfs kunnen spreken van de meest ultieme vorm van zomertijd, omdat bij hen per
definitie de dag duurde van zonsopgang tot zonsondergang. De dag werd dan wel
verdeeld in 12 uren, waardoor de zomerse uren langer waren dan de winterse.
Benjamin Franklin
Het gebruik van het begrip zomertijd op basis van
economische argumenten kwam voor het eerst ter sprake bij monde van de
Amerikaanse geleerde Benjamin Franklin. In zijn tijd als vertegenwoordiger van
het Amerikaanse Congres in Parijs schreef hij een licht-satirisch artikel “An
Economical Project for Diminishing the Cost of Light” in de Journal de Paris
van 26 april 1784, waarin hij aan de inwoners van Parijs voorrekende dat zij
zich elk jaar een bedrag van meer dan 96 miljoen livres (Franse munteenheid van vóór 1795) aan kaarsen konden uitsparen
als zij gedurende de zomermaanden elke dag gelijk met de zon zouden opstaan.
Zomertijd
Het zou echter nog meer dan 100 jaar duren voordat zijn
voorstel serieus genomen werd. Pas in het begin van de 20e eeuw kwamen er
landen die inzagen dat er economisch voordeel te behalen viel. Op die gronden
werd mondjesmaat de zomertijd ingevoerd. Duitsland liep hiermee voorop in
Europa (invoering 30 april 1916), gevolgd door Engeland (21 mei 1916) En ook
Nederland bleef niet achter en voerde in 1917 een zomertijd in, die zou blijven
bestaan tot en met 1939.
Amerika
Op 19 maart 1918 ging ook Amerika overstag voor de
argumenten van Benjamin Franklin. Op die dag voerde het Congres van de VS
verschillende tijdzones in (die al sinds 1883 bij de spoorwegen in gebruik
waren) en maakte de zomertijd officieel.
Oliecrisis
Na de Tweede Wereldoorlog leek binnen Europa het
draagvlak voor zomertijd volledig verdwenen. Dat duurde uiteindelijk tot 1973,
toen de olieproducerende landen uit het Midden-Oosten de oliekraan
dichtdraaiden en daarmee de energie gebruikten als machtsmiddel. Dit was reden
voor veel landen, waaronder Nederland, om energiebesparende maatregelen te
treffen zoals bijvoorbeeld de historische autovrije zondagen, waar het team van het satirische programma Farce Majeure vrolijk op inspeelde.
In het kader van de energiebesparing werd ook de zomertijd
weer van stal gehaald. En dit keer hardnekkiger dan ooit tevoren. In navolging
van enkele andere Europese landen voerde Nederland in 1976 weer de zomertijd
in. De regeling zou alleen maar voordelen kennen: veel energiebesparing en
vooral ook meer inkomsten voor de recreatie- en horecasector, omdat mensen ‘s
avonds langer buitenshuis vertier zouden zoeken.
Geen energiebesparing
Inmiddels zijn we bijna 50 jaar verder en eigenlijk lijkt iedereen
wel redelijk gelukkig met de regeling. Eerder onderzoek wees uit dat 91% van de
mensen er voorstander van is. De reden waarom men voorstander is blijkt echter
niet te liggen in de energiebesparende effecten (ooit de directe aanleiding
voor de invoering). Want weliswaar wordt er bespaard op verlichting, daar staat
tegenover dat inmiddels het gebruik van airco's volledig is ingeburgerd, en met
het langere avondvertier van de mensen ook deze energievretende luchtkoelers
langer blijven snoepen uit ons stopcontact. Per saldo zou de energiebesparing
door de zomertijd dan ook te verwaarlozen zijn.
Bijna 500 doden
Maar er zijn ook echte nadelen verbonden aan de zomertijd.
Het meest opzienbarend: het feit dat het verzetten van de klok aantoonbaar
mensenlevens kost. Volgens onderzoek van Zweedse wetenschappers vinden
wereldwijd de meeste hartinfarcten plaats op maandag. Op de maandag waarop de
zomertijd ingaat is dat nog een keer 5% hoger. Voor Nederland betekent dat per
jaar 17 meer doden. Dit wordt enigszins gecompenseerd door de week waarop de
wintertijd weer ingaat. Dan zouden er 7 doden minder vallen dan gemiddeld. Wat
dat betreft zitten we dus komend weekend goed! Alleen... per saldo betekent het
toch 10 extra doden per jaar door invoering van de zomertijd. Met inmiddels bijna
50 jaar zomertijd achter ons, zijn dit al zo’n 500 doden op de teller.
Ik heb het sterke vermoeden dat Benjamin Franklin nooit
heeft stilgestaan bij dit verschijnsel. In ieder geval heeft hij er genoeg
kaarsen mee bespaard om er voor ieder ‘zomertijd-slachtoffer’ eentje op te
steken.